Blog - Music. Talent. Match.

Alle artikelen


Eenvoudige akkoordschema's voor beginnende gitaristen

Geplaatst door: Marcoen V.
Als je gitaarles hebt leer je vaak akkoorden. Wat zijn akkoorden eigenlijk? Een akkoord is een harmonie van tonen die je op een muziekinstrument speelt. Deze speel je dan vaak tegelijk en zijn meestal 3 tonen, maar kunnen er ook meer zijn maar dat leer je vaak pas in een later stadium van de gitaarles. Hoe doe je dat? Op de gitaar zet je met de linkerhand (als je rechshandig bent) de juiste vingers op de juiste positie op de hals van de gitaar, en met de rechterhand sla je de snaren in één beweging met je duim of vinger. In deze blog worden een paar tips gegeven die je vast kunt uitproberen op je gitaar ter voorbereiding van je (eerste?) gitaarles. Open positie gitaarakkoorden Je hebt ook de zogenaamde ‘open positie akkoorden of ‘open akkoorden’. Dit zijn vaak een van de eerste akkoorden die je leert. Welke akkoorden dat zijn hangt af van de gitaardocent, maar deze akkoorden zijn de meest voorkomende akkoorden in het begin. Meestal leer je akkoorden die samen een basis vormen voor akkoordprogressies. Akkoordprogressies zijn opeenvolgingen van akkoorden. Het is dus goed om vast wat kennis op te doen zodat je weet waarom bepaalde akkoorden volgen op een ander akkoord. We beginnen met akkoorden in C en G majeur. Daarna zullen we je een paar veelgebruikte akkoordprogressies meegeven en variaties. Ook zullen we je uitleggen hoe je met die akkoorden kunt schuiven en je eigen muziek kunt schrijven voor de gitaar. Open positie akkoorden zijn akkoorden waarvoor je voornamelijk de open snaren en de eerste drie ‘frets’ van de gitaar nodig hebt. Een fret is een metalen stripje dat zich op de hals van een gitaar bevindt. Meestal zijn ze van een nikkel-, koper- en zinkhoudende legering gemaakt maar soms ook van roestvrijstaal. Zoals aangegeven, de open positie akkoorden zijn vaak de eerste akkoorden die beginnende gitaristen leren in de gitaarles. De open positie akkoorden kunnen geschikt zijn voor de toonsoorten C en G majeur. Hoe krijg ik geluid uit de gitaar? Voordat we verder gaan naar de echte progressies, willen we eerst even stilstaan bij hoe je het beste geluid krijgt uit de gitaar. Als je de hals van de gitaar vasthoudt, is het belangrijk dat je de gitaar vasthoudt zoals je ook een tennisbal vasthoudt. Je drukt de snaren in met je vingertoppen zonder je vingerkootje te buigen. Plaats je vinger op de plaats waar de zwarte bolletjes staan aangegeven met de vingers die er staan aangegeven (wijsvinger: 1, middelvinger: 2, ringvinger: 3, pink: 4). Het is normaal dat je soms minder wat geluid geluid krijgt uit sommige snaren. Oefening baart kunst, dus heb geduld. Wanneer je het langer doet zul je merken dat het steeds beter gaat. Daarna kun je eens verder kijken naar de volgende akkoorden. Akkoordprogressies De bedoeling van deze blog is om uit te leggen hoe de progressies zijn opgebouwd en wat de functies zijn binnen een bepaalde toonsoort, maar het is van belang dat je steeds weer probeert terug te kijken naar wat er aan het begin van de blog is geschreven.Hieronder geven we je een paar basis akkoordprogressies die je eens kunt spelen en misschien kom je wel met eigen variaties. Zo ben je optimaal voorbereid op je gitaarles. Je gitaardocent zal het alleen maar leuk vinden.1. C - Am - Dm - G 2. G - Em - Am - D 3. C - G - Am - F 4. G - D - Em - C Al deze akkoordprogressies zul je vast en zeker vaker hebben gehoord. Dat komt omdat ze vaak worden gebruikt in duizenden liedjes, zoals bij Adele, Maroon 5 en Justin Bieber. Je kunt dus heel veel kunt doen met dit soort akkoordschema’s. Als je deze akkoorden combineert met een melodie, ritme, vorm, dan kun je er eindeloos mee variëren! Leer nu gitaarspelen!

5 Tips voor docenten

Geplaatst door: Marcoen V.
Vind jij lesgeven ook spannend? Ook niet een klein beetje? Deze 5 tips in deze blog helpen jou misschien een beetje op weg met jouw lessen. 1. Heb geduld Geduld is misschien de belangrijkste tip die we mee kunnen geven. Sommige kinderen doen er eenmaal wat langer over om dingen te leren. Denk aan noten lezen, dat vinden sommige kinderen heel moeilijk en dan wil het kwartje alsmaar niet vallen. Dan kan het wel een half jaar duren voordat ze snappen wat een C is. Of ze weten niet hoe ze hun handen moeten houden bij het gitaar of klarinet spelen. Daar moet je als docent in je lessen rekening mee houden. Het kan dan knap lastig zijn om niet ongeduldig of boos te worden. Jij kon dat misschien al in 3 weken, maar jij had misschien meer aanleg en ging het allemaal wat sneller. In dat opzicht kun je je leerling niet vergelijken met jou als docent. Het is aan jou om geduldig te zijn en de leerling de kans te geven zich te ontwikkelen. 2. Lessen afstemmen op leerling De ene leerling vindt popmuziek leuk en wil graag liedjes van Adele, Justin Bieber of Michael Jackson spelen, de andere leerling vindt klassieke muziek leuk en wil Mozart of Chopin spelen. Of het zelf bedenken van liedjes in combinatie met zingen, dat vinden leerlingen vaak ook leuk om te doen. Als docent is het belangrijk dat je inspeelt op de behoefte van de leerling. Wat wil de leerling graag? Natuurlijk is het essentieel dat de leerling de basistechnieken leert, maar daarna moet je de leerling misschien toch wat vrijer laten. Het hoeft niet per se volgens de boekjes. Sommige docenten schrijven zelf liedjes voor hun leerlingen. Dat zijn dan vaak vergemakkelijkte bewerkingen van popliedjes. Het hangt helemaal van de leerling af. Luister dus vooral naar de wensen van de leerling. Dan kun je er echt voor zorgen dat leerlingen het leuk vinden bij jou en niet weggaan. 3. Speel voor Leerlingen die nog maar net les hebben weten nog niet hoe liedjes klinken. Het is vaak makkelijker voor ze om het te leren als ze het een keer hebben gehoord. Ergens in hun brein wordt het dan al opgeslagen. Dat maakt het oefenen thuis vaak iets makkelijker. 4. Doe spelletjes Als je als docent alleen maar theorie of liedjes uit het boekje voorschotelt aan de leerling wordt het al gauw een beetje saai. Ook dat ligt aan de leerling, maar als je al wat drukkere leerlingen hebt vervelen ze zich snel. Doe daarom leuke spelletjes met je instrument. Tijdens de pianoles kun je ze bijvoorbeeld vragen om een soort estafette te doen. Ze gaan op een klein afstandje staan van de piano, jij vraagt om een noot, je zegt “Klaar…? Ja!” De leerling rent naar de piano om de toets in te drukken en weer terug. Voor een wedstrijdje zijn leerlingen altijd wel te porren ;-) Of je gaat dieren of natuur imiteren op het instrument. Op deze manier krijgen ze ook wat abstracter inzicht. Voor- en naspelen vinden leerlingen ook vaak leuk. 5. Wees lekker jezelf Bovenal is het van belang dat je lekker jezelf kunt zijn. Als jij je op je gemak voelt, dan voelt de leerling zich ook op zijn of haar gemak! De leerling is degene die nog niks weet en onzeker is. Jij als docent moet daarboven staan zodat je de leerling op zijn of haar gemak kunt stellen en onzekerheid weg kunt nemen. Hopelijk heb je iets aan deze tips. In de volgende blogs worden nog meer tips gegeven dus houd de blogpagina in de gaten!

Help! Welk instrument moet ik kiezen?

Geplaatst door: Marcoen V.
Viool, cello, piano, gitaar, klarinet….. of toch liever zingen?? Teveel keus!Maar wat moet je nou kiezen? In deze blog gaan we hierop in en proberen we jou een klein handje te helpen bij het kiezen van een instrument. Waar houd je van?Wat voor muziek vind je leuk? Ga dat eerst eens uitzoeken. Luister eens goed naar popmuziek, klassieke muziek, jazz, rock of blues.. Er zijn namelijk een hoop verschillen! Zo wordt in popmuziek en rockmuziek vaak gezongen. Misschien heb je wel de ambitie om de nieuwe Adele te worden? ;-) Dan kun je gaan zingen. Of wil je liever een instrument gaan bespelen? Veel gebruikte instrumenten in pop- en rockmuziek zijn keyboard, gitaar, elektrisch gitaar en drums. Als je daarvan houdt, kun je het beste voor een van deze instrumenten kiezen. Soms hoor je ook weleens violen of celli, maar deze komen in deze muziekstijl iets minder vaak voor. Als je bijvoorbeeld kiest voor popmuziek, rockmuziek of jazzmuziek en iets beter kunt spelen, kun je later in een bandje gaan en wie weet optreden met je band. Als je klassieke muziek mooi vindt dan kom je gauw bij strijkinstrumenten of blaasinstrumenten. Strijkinstrumenten zijn viool, altviool, cello, contrabas. Blaasinstrumenten zijn bijvoorbeeld klarinet, dwarsfluit, trompet of hoorn. Luister eens naar een orkest, daar zitten al deze instrumenten in!Maar deze komen niet alleen voor in grotere maar ook in kleinere gezelschappen zoals bij een pianotrio. Een pianotrio bestaat uit alleen piano, viool en cello. Of een strijkkwartet met alleen maar strijkers: 2 violen, altviool en cello. Je hebt ook grotere ensembles zoals een kwintet of een sextet. Er is niks leukers dan samen muziek maken! Bij jazz en blues hoor je vaak saxofoon, trompet, contrabas en drums. Of vind je muziek van de fanfare of harmonie leuker? Kies dan voor een blaasinstrument. Karakter en klank van een instrumentIeder instrument heeft een eigen karakter en klank. Het ene instrument is zangerig, het andere instrument is wat brommerig. Zo zijn strijkinstrumenten heel zangerig. Ze hebben een lange toon en je kunt er mooie lange melodieën op maken. Dan is het net alsof je aan het zingen bent op je instrument. Piano heeft dit ook, maar iets minder dan strijkinstrumenten. Een piano klinkt wel heel vol van toon omdat je heel veel toetsen tegelijk aan kunt slaan. Zo kun je op een piano zelfs een heel orkest nabootsen! Hebben we het over blaasinstrumenten dan klinkt bijvoorbeeld een klarinet wat nasaal, maar heeft wel een warm karakter. Dat is ook zo bij een hobo. Een trompet en trombone hebben een wat schellere klank, dus daar moet je van houden. De hoorn heeft ook een heel warm en zangerig karakter en daar kun je ook mooie melodieën op maken. Als je dus instrumenten gaat uitproberen let dan goed op de verschillen tussen de klank en het karakter van een instrument. Waar houd je van en wat past bij je? Probeer dan goed je gevoel te volgen. Het sociale aspectVeel mensen gaan een blaasinstrument bespelen omdat ze dan straks in een fanfare of harmonie kunnen. Dat is gezellig, je bent altijd samen en soms touren ze ook weleens door het land of zelfs het buitenland. Bij sommige fanfares of harmonieën speel je tijdens leuke evenementen zoals Koningsdag of Carnaval. Altijd gezelligheid dus! Maar ook als je een strijk- of blaasinstrument bespeelt kun je in een orkest en ben je altijd samen met andere musici. Als je piano speelt, speel je doorgaans alleen of in kleinere ensembles, dus als je het leuk vindt om veel onder de mensen te zijn en samen met anderen muziek te maken dan kun je beter voor een strijk- of blaasinstrument kiezen. Financieel en praktischWat is je budget voor de aanschaf van een instrument? Heb je niet zo veel budget dan kun je het beste voor een keyboard, gitaar of blokfluit gaan. Als je wel veel budget hebt dan kun je meer kanten op. En niet geheel onbelangrijk, heb je wel ruimte in je woning voor een grote piano of marimba? Zo niet, dan is een viool of trompet natuurlijk wat handiger. Deze kun je bovendien altijd meenemen! En bovendien bestaat er tegenwoordig vaak de mogelijkheid om een duur instrument zoals een piano te huren. Vind je het na een tijdje niks? Dan lever je hem gewoon weer in! LeeftijdVeel mensen die al wat ouder zijn willen vaak toch nog een instrument leren bespelen. Maar de vraag is, als je de 70 gepasseerd bent, wat kun je fysiek dan nog aan? Je bent misschien wat minder krachtig in je armen. Tuba leren spelen is in dat geval niet zo handig omdat deze erg zwaar zijn. Viool is dan ook niet ideaal omdat dit niet de meest ergonomisch verantwoorde houding is voor je armen, nek en schouders. Dan kun je beter kiezen voor een piano of cello. CultuurSommige instrumenten passen meer bij de ene cultuur dan bij de andere. Zo is de djembé een typisch instrument Afrika en is de conga echt iets voor het Caribisch gebied. De didgeridoo heeft zijn oorsprong in Australië. Met welk land en cultuur heb je het meeste affiniteit? Daar kun je ook wellicht rekening mee houden. De docentWat je ook niet moet vergeten bij instrumentkeuze is de docent. Het komt wel eens voor dat iemand een proefles gitaar heeft bij een gitaardocent en dat de leerling de docent helemaal niet leuk vindt. We hopen dat we jou een beetje op weg hebben kunnen helpen met de keuze voor een instrument. Denk er goed over na, je kunt het tenslotte niet in één keer beslissen. Soms kun je ook een instrument lenen bij een muziekwinkel, dus als je nog twijfelt dan is dit misschien een goede optie.

Je eerste muziekles - als docent dan ;-)

Geplaatst door: Marcoen V.
Voor alles is een eerste keer. Lopen, praten, fietsen… Misschien kun je je allereerste optreden nog herinneren. Super spannend! Maar voordat het zover was, had je al de nodige uren muziekles achter de rug. Misschien kreeg je zelf wel zangles of gitaarles op een muziekschool. Of had je de luxe van een viooldocent die bij jou aan huis kwam. Anyway, voor jou was zo’n eerste muziekles waarschijnlijk een spannende of uitdagende bijeenkomst. Je wist misschien niet wat je kon verwachten. Hoe zou je docent zijn, of hoe gaat zo’n les? Voor docent net zo spannend Maar zo’n eerste muziekles is voor de docent waarschijnlijk net zo spannend als voor de leerling! Tijdens de vakopleiding van het conservatorium krijg je allerlei didactische vakken. Vaak moeten conservatoriumstudenten ook stagelopen bij een muziekschool. Dan kun je vast wennen aan het idee van een lespraktijk. Tóch is het anders wanneer je als docent voor het eerst zelf een les moet invullen. Lesplan, korte- en langetermijnplanningen, leercurves... het zijn allemaal dingen die de docent daarbij helpen. Alleen de eerste indruk telt Als de leerling binnenkomt (of de docent, als die aan huis lesgeeft) is vaak meteen duidelijk of er een klik is. Dat zie je ook bij sollicitaties. Vaak zie je binnen 10 seconden al of iemand geschikt (vriendelijk, zelfverzekerd etc.) is. Zo is dat ook bij muzieklessen. Het is belangrijk dat de docent de leerling op zijn of haar gemak stelt. Het is fijn als de docent zich openstelt en vertrouwen uitstraalt naar de leerling. ‘Het komt wel goed, ik ga het je leren’. De docent is tenslotte degene met de meeste kennis. Wat ga je doen tijdens een les? Een eerste les kan natuurlijk ook spannend zijn voor de docent zelf: wat ga ik in hemelsnaam met de leerling doen?! Dat hangt vaak af van de leeftijd, het niveau en de achtergrond van de leerling.Van spelletjes met of aan het instrument (hoeveel snaren heeft de harp) tot een cognitieve training (is een piano een toets-, slag- of snaarinstrument?). Zeker bij percussie zoals drums, vibrafoon, of marimba, is een motorische training altijd goed om te doen (draai in de lucht met je linkerhand een cirkel en met je rechterhand een vierkant). Of een luisteroefening (voor- en naspelen) om het gehoor en de aanleg van een leerling te testen.  In volgende blogs zullen meer tips en oefeningen worden besproken. Als docent is het in ieder geval goed om je niet te laten verrassen tijdens zo’n eerste les en goed na te denken over wat je met je leerling kunt doen. Zo is zo’n eerste les (ondanks dat een beetje mag) waarschijnlijk alleen voor de leerling echt spannend. Voor jou als docent is het de uitdaging om alles zo goed mogelijk te laten verlopen!